![[ Demmenie Sport] [ Demmenie Sport ]](http://www.demmeniesport.com/images/banner/dembanner.gif)
Ongevallenstatistiek Nederlandse klimhallen en
klimwanden
Piet Jacobs,
Veiligheidscommissie NKBV
Voor meer informatie over veiligheid, zie
veilig sportklimmen op klimgids.climbing.nl en
hoofdstuk veiligheid website
NKBV met
o.a. het project Check & Climb
Samenvatting
Sportklimmen op een klimwand wordt vaak als een risicosport gezien. De
media komen regelmatig met berichten waarin melding wordt gemaakt van
ongevallen met zware letsels. Op het moment dat ik dit schrijf heeft net het
eerste dodelijke ongeval in een klimhal plaatsgevonden. Hoe gevaarlijk is
sportklimmen in Nederland nu eigenlijk? Op basis van gegevens van de Stichting
Consument en Veiligheid en een schatting van het aantal klimuren per jaar
blijkt dat het aantal ongevallen vergelijkbaar is met non-contact sporten
zoals tennis, wielrennen en zwemmen. De ernst van de ongevallen is echter wel
groter dan bij deze sporten. De cijfers zijn vergelijkbaar met buitenlandse
cijfers over ongelukken ten gevolge van indoorklimmen.
Schatting aantal sportklimongevallen
De NKBV is in 1999 begonnen met de registratie van ongevallen en incidenten
in de Nederlandse klimcentra. Doelstelling van deze registratie is om
conclusies te trekken over de oorzaken en daardoor het klimmen veiliger te
maken. Onbekendheid met deze registratie, schaamte om eigen fouten toe te
geven en simpelweg tijdsgebrek zorgt ervoor dat slechts een gering aantal
ongevallen wordt gemeld. Bij deze wil ik dan ook een oproep doen om
ongevallen/incidenten te melden. Het formulier hiervoor is bij elke klimhal
verkrijgbaar en is ook beschikbaar via deze
link.
Jaarlijks worden een vijftal meldingen nader onderzocht. Deze meldingen
betreffen meestal zware ongevallen met ernstig letsel. Opgenomen ongevallen
betreffen hoofdzakelijk ongevallen in klimcentra. Ongevallen die plaatsvinden
op andere klimobjecten vallen dus letterlijk uit de boot. Deze registratie van
de NKBV is dus geen goede basis voor ongevallenstatistiek.
De Stichting Consument en Veiligheid houdt een Letsel Informatie Systeem
(LIS) bij waarin slachtoffers staan geregistreerd die na een ongeval zijn
behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling van een selectie van
ziekenhuizen in Nederland. Het betreft een groep van circa zestien
ziekenhuizen, waarbij jaarlijks een of twee nieuwe ziekenhuizen worden
toegevoegd en oude van de lijst worden afgevoerd. Deze ziekenhuizen vormen een
representatieve steekproef van ziekenhuizen zodat het mogelijk is
ongevalcijfers naar nationaal niveau te extrapoleren.
Jaarlijks vinden gemiddeld 80 SEH-behandelingen na (sport)klimongevallen
plaats in Nederland [1]. Onderstaande gegevens hebben betrekking op de periode
1997 – 2000.
Leeftijd en geslacht
Ruim de helft (57%) van de slachtoffers die na een (sport)klimongeval
worden behandeld op een SEH-afdeling van een ziekenhuis is man. Alle
slachtoffers zijn jonger dan 55 jaar, ruim 40% van de slachtoffers zijn
kinderen/jongeren tot 20 jaar.
Ongeval
Driekwart (74%) van de slachtoffers maakt een val; meestal lopen de
slachtoffers letsel op door een val uit de wand, soms door een val na een
sprong of uit de wand stappen. De overige slachtoffers lopen letsel op door
contact met de wand (stoten) of klimmaterialen (beknelling) of door
overbelasting.
De locatie en de omstandigheid waaronder de slachtoffers klimmen is vaak
niet helemaal duidelijk. Van ruim de helft van de ongevallen (57%) is met
zekerheid te zeggen dat ze binnen hebben plaatsgevonden, in een enkel geval is
het zeker dat het ongeval juist buiten heeft plaatsgevonden. Van een aantal
ongevallen is bekend dat ze plaats hebben gevonden tijdens bewegingsonderwijs
of een kinderfeestje.
Letsel
De helft van de slachtoffers heeft letsel aan de benen. Het gaat hierbij
met name om enkelblessures en fracturen aan de voet. Bijna een derde(31%) van
de slachtoffers heeft letsel aan de armen, met name aan pols of schouder. De
overige slachtoffers hebben letsel aan de romp, waaronder enkele slachtoffers
met een wervelfractuur of letsel aan het hoofd. De aantallen zijn te klein om
uitspraken te doen over getroffen lichaamsdeel en type letsel.
Ruim 10% van de slachtoffers wordt na behandeling op de SEH-afdeling
opgenomen in het ziekenhuis. Dit percentage is hoog ten opzichte van het
percentage slachtoffers van álle sportongevallen dat na behandeling op de
SEH-afdeling wordt opgenomen in het ziekenhuis. Geen van de slachtoffers is
overleden aan de verwondingen.
Schatting aantal klimuren
Om een uitspraak te kunnen doen over het risico tijdens het klimmen op
klimwanden moet, naast het aantal ongevallen per jaar, ook het aantal klimuren
worden betrokken. Exacte cijfers hierover zijn niet beschikbaar. Wel kan aan
de hand van het aantal klimaccommodaties een redelijke schatting gemaakt
worden [2], zie tabel 1. De ervaring leert dat het aantal klimobjecten in
Nederland doorgaans behoorlijk onderschat wordt. De belangrijkste segmenten
staan in onderstaande tabel uitgesplitst. Het grote aantal objecten is
gunstig. Naar verwachting wordt het klimmen hierdoor goed over Nederland
verspreid en worden de cijfers van de voor LIS geselecteerde ziekenhuizen
betrouwbaarder.
Tabel 1: overzicht klimobjecten en schatting totaal aantal klimuren.
Niet inbegrepen bij dit alles: defensie, politie, brandweer, hulpdiensten.
| Segment | Aantal | Totaal aantal klim-contacten per jaar | Gemiddelde contactduur | Totaal aantal uur |
| Commerciële klimcentra | 25 | 500.000 | 80 min. | 667.000 |
| Scholen en opleidingen | 80 | 280.000 | 40 min. | 187.000 |
| Multifunctionele sport- en fitnesscentra | 40 | 200.000 | 60 min. | 200.000 |
| Scoutinggroepen | 25 | 25.000 | 50 min. | 21.000 |
| Outdoor-, en evenementenorganisaties | 100 | 350.000 | 40 min. | 233.000 |
| Overig (publieke voorzieningen, braderies, attractieparken, retailshop, corporate walls, trainingsorganisaties etc.) | 100 | 250.000 | 30 min. | 125.000 |
| TOTAAL | 370 | 1.605.000 | 54 min. | 1.433.000 |
De contactduur geeft aan hoeveel tijd er aan 'klim-gerelateerde'
activiteiten (klimmen, zekeren, aanbinden, warming-up, etc.) besteed
wordt. Dit is de tijdsduur waarin klim-gerelateerde risico's aanwezig zijn. De
overige verpozingstijd wordt besteed aan afrekenen, inchecken, omkleden,
uitrusten, drinken, kijken, etc.
Risicoanalyse
Risico is gedefinieerd als de kans op een ongeval maal het effect van het
ongeval. Bij sporten wordt risico meestal uitgedrukt in het aantal SEH
behandelingen per 100.000 sporturen. Dit maakt vergelijking met andere sporten
mogelijk, zie tabel 2. Op basis van voorgaande gegevens komt klimmen uit op 6
SEH behandelingen per 100.000 sporturen. Het percentage ziekenhuisopname is
10%. Om het risico meer tot de verbeelding te laten spreken; als we uitgaan
van een doorsnee klimmer die een maal per week klimt [3] dan heeft deze
klimmer een kans van 0,4% per jaar om een letsel op te lopen. Bij klimmers die
frequenter klimmen zal deze kans verder toenemen omdat in het algemeen het
risico op een ongeval onafhankelijk is van de mate van ervaring die een
klimmer heeft.
Tabel 2: risico van een aantal sporten.
Bron: Letsel Informatie Systeem 1997-1999, Consument en Veiligheid.
| Aantal SEH-behandelingen per 100.000 sporturen | Percentage opname |
| Zaalvoetbal | 64 | 4 |
| Motorsport | 49 | 13 |
| Hockey | 30 | 2 |
| Veldvoetbal | 29 | 4 |
| Handbal | 13 | 2 |
| Zwemmen | 9 | 4 |
| Wielrennen | 6 | 11 |
| Tennis | 4 | 5 |
Vergelijking met andere Nederlandse sporten
Wandklimmen is qua letsel frequentie en ernst vergelijkbaar met
wielrennen. Contactsporten zoals zaalvoetbal, veldvoetbal en hockey hebben een
vijf tot tien maal zo hoge letselfrequentie. De ernst van de letsels bij deze
sporten is echter kleiner, gezien het lagere percentage ziekenhuisopname.
Vergelijking met buitenland
In Duitsland is gedurende een periode van een half jaar bij 10 klimhallen
het risico op een ongeval geregistreerd [4]. Als ongeval gold hier een letsel
waarbij direct artsbezoek noodzakelijk was. Op een totaal van 25.163 bezoekers
zijn 4 ongevallen geregistreerd. Interessant detail van de Duitse studie is
dat hier drie van de vier ongevallen een gevolg waren van boulderen. Bij
aanname van eenzelfde contactduur per klimhalbezoek als in Nederland levert
dit 12 SEH behandelingen op per 100.000 sporturen. Dit is een factor twee
hoger dan in Nederland. Of dit significant afwijkt van de Nederlandse situatie
is moeilijk te zeggen omdat deze Duitse studie veel beperkter van omvang
is.
In Engeland heeft Limb [5] een uitgebreid onderzoek gehouden bij de drukst
bezochte klimhallen. Gedurende een periode van twee jaar, waarin 1,021 miljoen
bezoeken plaatsvonden, zijn in totaal 55 significante verwondingen
geregistreerd. Bij aanname dat de gemiddelde contactduur in Engeland ook 80
minuten bedraagt komt het aantal verwondingen op 4 per 100.000 sporturen. Hier
is het risico dus lager bevonden dan in Nederland.
Een dergelijke vergelijking gaat natuurlijk alleen op als landen qua
medische consumptie vergelijkbaar zijn. Of dit geldt is niet bekend. Uit
voorgaande gegevens kan in ieder geval niet geconcludeerd worden dat Nederland
afwijkt van andere landen.
Geraadpleegde literatuur
[1] Letsel Informatie Systeem 1997-2000, Consument en Veiligheid, Amsterdam.
[2] Hans Lanters, persoonlijke communicatie, maart 2002.
[3] Marktverkenning sportklimmen, februari 1996, NKBB.
[4] Schoffl V., Winkelman H.P., Accident statistics at 'indoor climbing walls', Sportverletz Sportschaden 1999, March.
[5] Limb D., Injuries on British Climbing walls; Br. J.Sports Med Vol 29, No3 (1995) 168-170.